De herdenking van de Bijlmerramp
Toespraak | 04-10-2006 | Amsterdam | Karla Peijs, minister van Verkeer en Waterstaat
Alleen de uitgesproken tekst geldt.
Dames en heren,
Terwijl de bomen hun bladeren verliezen, herdenken wij vandaag de slachtoffers van de Bijlmerramp. Wij doen dat, zoals elk jaar, bij de boom die alles zag.
Bomen spelen van oudsher een belangrijke rol in verschillende culturen over de hele wereld. Als symbool van leven, of vergankelijkheid, of zelfs als woonplaats van de goden. Hier in de Bijlmer – een plek waar mensen uit alle windstreken hun thuis hebben gevonden – staat de boom voor herinnering en hoop. Met zijn wortels stevig verankerd in de aarde herinnert de boom die alles zag ons aan die fatale vierde oktober 1992. Maar met zijn takken reikend naar de hemel, elk jaar weer een stukje verder, laat de boom ons ook zien dat het leven doorgaat.
Deze boom zag mensen lijden. Hij zag mensen vechten met gemis en verdriet. Hij zag hoe overlevenden en nabestaanden elkaar hielpen de pijn en het verlies te verwerken. En hij zag dat mensen weer net zoals vroeger gingen geloven in de dag van morgen.
Dames en heren,
Ik heb groot respect voor u, voor de bewoners van de Bijlmer, die elkaar hebben gesteund toen dat nodig was en die elke dag de handen uit de mouwen steken om van hun wijk een plek te maken waar iedereen zich veilig kan voelen. De boom die alles zag, is uw getuige.
Sinds de Bijlmerramp zich voltrok, verloren de takken van deze boom 14 keer hun bladeren. En 14 keer liep de boom in de lente weer uit. Deze natuurlijke cyclus laat ons zien dat het leven zich altijd herneemt. Dat biedt ons niet alleen troost, dat geeft ook hoop.
En de boom zal blijven zien. Hij zal zien hoe zijn eigen bladeren vallen en weer aangroeien. Hij zal zien hoe wij blijven herdenken. En hij zal zien hoe het verdriet en de littekens slijten, terwijl de herinnering aan de slachtoffers springlevend blijft.
Dank u wel.
Naar boven