Water en veiligheid
Europese Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR)
In november 2007 is de Europese Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR) in werking getreden. De lidstaten moeten de Richtlijn uiterlijk eind 2009 in nationale wetgeving hebben omgezet. De ROR verplicht de EU-lidstaten tot informatie-inwinning, overleg en planvorming voor nationaal en grensoverschrijdend beheer van overstromingsrisico's. Een belangrijk doel is om de Europese samenwerking op het gebied van overstromingen te versterken om zo ook op lange termijn het risico van overstromingen te kunnen beheersen.
_tcm195-242821.jpg)
Vereisten vanuit de ROR
De richtlijn bevat drie concrete vereisten:
- Een (voorlopige) risicobeoordeling, om gebieden te identificeren waar significante overstromingsrisico's te verwachten zijn die het beheer van risico's noodzakelijk maken. De risicobeoordeling moet uiterlijk in 2011 gereed zijn. Omdat heel ons land naar verwachting 'risicogebied' is maakt Nederland gebruik van de mogelijkheid af te zien van de voorlopige beoordeling, cf art. 4 van de Richtlijn.
- Het maken van overstromingsgevaarkaarten, waarop de kans op overstromingen wordt aangegeven, en overstromingsrisicokaarten die de gevolgen van die overstromingen weergeven in termen van diepte, potentiële schade en aantallen getroffenen. De kaarten moeten uiterlijk 22 december 2012 klaar zijn.
- Het maken van overstromingsrisicobeheerplannen, waarin alle doelen en maatregelen om overstromingsrisico's te verminderen integraal zijn opgenomen. De plannen (orbp's) moeten uiterlijk 22 december 2015 klaar zijn.
Daarnaast legt de richtlijn een aantal principes vast:
- Stroomgebiedbenadering: de overstromingsrisico's dienen voor het hele stroomgebied te worden beschouwd.
- Risicobenadering: doelen en maatregelen worden bepaald op basis van de overstromingskans in combinatie met de gevolgen van de overstroming.
- Integrale aanpak volgens de veiligheidsketen: maatregelen moeten betrekking hebben op het beperken van de risico's, het verkleinen van de kans en de gevolgen, crisisbeheersing en nazorg.
- Duurzaamheid: bij risicobeoordeling en de opstelling van risicobeheerplannen moet rekening gehouden worden met andere EU - richtlijnen en de gevolgen van klimaatverandering.
- Solidariteit: Lidstaten mogen geen maatregelen nemen die de overstromingskansen in andere lidstaten verhogen. Het niet-afwentelingsbeginsel is voor Nederland erg belangrijk.
Een gefaseerd implementatieproces
Nederland volgt een stapsgewijze aanpak voor de implementatie van de richtlijn. Tot eind 2009 gaat de aandacht uit naar tijdige en correcte juridische verankering in de Nederlandse wet- en regelgeving en de voorbereiding van het opstellen van de vereiste producten: overstromingsgevaar- en overstromingsrisicokaarten en overstromingsrisicobeheerplannen. In de periode 2010-2015 volgt de materiele implementatie: het daadwerkelijk maken van de kaarten en plannen.
Organisatie
De voorbereiding van de besluitvorming over de implementatie van de richtlijn is in handen van de (tijdelijke) interbestuurlijke projectgroep Implementatie Richtlijn Overstromingsrisico's (IMPRO). IMPRO is verantwoordelijk voor de projectbeheersing in de implementatiefase, bereidt bestuurlijke keuzes voor en rapporteert aan het LBOH. De uitgangpunten voor deze fase zijn vastgelegd in het implementatieplan EU-Richtlijn Overstromingsrisico's (Richtlijn 2007/60/EG), juli 2008.
IMPRO regisseert in 2008 en 2009 vier typen activiteiten van vier werkgroepen:
- Impro J zorgt voor de juridische verankering van de richtlijn in nationale wetgeving;
- Impro K bereidt de totstandkoming en het beheer van overstromingsgevaar- en overstromingsrisicokaarten voor;
- Impro P bereidt de totstandkoming van overstromingsrisicobeheerplannen voor;
- Impro Internationaal draagt zorg voor de afstemming tussen het nationale implementatietraject en het overleg in de internationale stroomgebieden (Commissies voor Rijn, Maas en Schelde en Werkgroep Eems) en het overleg in de Europese "Werkgroep F".
Via de leden van deze werkgroepen en de klankbordgroep wordt een brede groep van betrokken overheden geïnformeerd en geconsulteerd over het proces en de producten. De klankbordgroep adviseert op basis van die consultatie aan IMPRO.
Eind 2009 wordt bepaald welke organisatiestructuur voor de uitvoering van de eerste plancyclus (2010-2015) gewenst is.
_tcm195-242822.jpg)
